Onderzoek en watertest 

Ymere heeft in totaal ruim 28.000 woningen van voor 1960. Bij ruim 9.000 woningen is er geen enkele aanwijzing dat er nog loden waterleidingen zijn. De rest zijn we verder aan het onderzoeken. Dit doen we door archiefonderzoek te doen en visuele inspecties (kijken op locatie) uit te voeren. Als er meer zekerheid nodig is over of er nog loden waterleidingen zijn, kunnen we aanvullend ook nog een watertest laten afnemen. Het doel van de watertesten die Ymere laat uitvoeren is om vast te stellen of er nog loden waterleidingen zijn.

Er zijn verschillende manieren om een watertesten te doen. Welke methode het meest geschikt is, hangt af van het doel van de watertest en waar de loden waterleidingen kunnen zitten. Om meer duidelijkheid te geven over welke methode wanneer geschikt is, heeft het RIVM een advies gegeven.

Advies RIVM

Op 16 april heeft het RIVM voor het opsporen van loden waterleidingen in oudere woningen een nieuw advies voor de werkwijze opgesteld. De geaccrediteerde watertesten die nu in opdracht van Ymere worden uitgevoerd voldoen aan deze richtlijnen. Eerder afgenomen watertesten die looddeeltjes in kraanwater hebben aangetoond blijven bruikbaar voor opsporen en vervangen van loden waterleidingen.

RIVM richtlijnen: om vast te stellen of er loden waterleidingen zijn

De richtlijnen van het RIVM zijn uitsluitend bedoeld voor het opsporen van loden waterleidingen door het aantonen van looddeeltjes in kraanwater.

Het RIVM benadrukt dat de voorgeschreven meetmethode voor het opsporen van waterleidingen niets zegt over de gemiddelde loodinname door bewoners. Om dat aan te tonen moeten watertesten die op meerdere en verschillende momenten van de dag zijn genomen worden gecombineerd. De geaccrediteerde watertesten die in opdracht van Ymere worden uitgevoerd zijn gericht op het opsporen van loden waterleidingen.

Eerder afgenomen watertesten

De wijze waarop de watertesten die tot nu toe in de Tuindorpen in Amsterdam-Noord en andere woningen waar bewoners een waterleiding delen zijn uitgevoerd, voldoen aan dit nieuwe meetprotocol van het RIVM. De afgenomen watertesten zijn bruikbaar om loden waterleidingen op te sporen, en deze watertesten gaan vaak ongewijzigd door.

 

Verschil in werkwijze afhankelijk van waar loden leidingen zitten

Watertesten in binnenhuisinstallaties
Om te meten of er in een binnenhuisinstallatie nog loden waterleidingen zitten, schrijft het RIVM voor dat het kraanwater voor het afnemen van een watertest minimaal zes uur heeft ‘stilgestaan’ in een loodverdachte waterleiding. Dit geldt alleen voor woningen met een eigen wateraansluiting en waarvan bekend is hoe de leidingen lopen.

Watertesten met toevoer- of stijgleidingen
In andere gevallen moet en kan volgens het RIVM van deze richtlijn worden afgeweken. Veel woningen hebben toevoer- of stijgleidingen, waarop meerdere woningen zijn aangesloten. Dan is het praktisch onmogelijk dat het kraanwater gedurende een langere periode stil staat. Ook kan er van deze methode worden afgeweken als bijvoorbeeld de loop van de leidingen onbekend is

Ymere heeft samen met !Woon de Huurcommissie gevraagd om de regelgeving voor het aantonen van een gebrek aan te passen op het nieuwe meetprotocol van het RIVM.