16-11-2020  |  Nieuwsbericht

Column Karin Laglas: hulde voor het CDA

Corona of niet, stuk voor stuk druppelen nu de verkiezingsprogramma’s binnen, op weg naar de verkiezingen in maart volgend jaar. Voor ons is natuurlijk vooral belangrijk wat de verschillende partijen zeggen over wonen. Dus laten we eens kijken.

 

Hoopgevend is dat zo’n beetje alle grotere partijen vinden dat de verhuurderheffing moet worden afgeschaft. Zelfs de VVD lijkt een beetje te bewegen. Ook zijn alle partijen het erover eens dat er snel pakweg een miljoen woningen bij moeten worden gebouwd en dat het Rijk daarin een verantwoordelijkheid heeft. Dat is alvast wat. Maar hoe kijken de partijen verder naar de woningmarkt? Wat zien ze als oplossingen? Immers een goed dak boven je hoofd, op een plek die jou past dat moet in een welvarend land als Nederland toch voor iedereen bereikbaar zijn. Of je nu wilt kopen of huren en of je veel kunt betalen of weinig. Dat is nu niet zo. Werk aan de winkel dus.

Van wat ik tot op heden gezien heb, ben ik in zijn totaliteit het meest enthousiast over de plannen van het CDA. Zij hebben wat mij betreft het beste door wat er gebeuren moet. Drie punten geven de kern aan van wat cruciaal is voor de woningmarkt zoals we er nu voorstaan. Overigens, voor de goede orde, ik ben geen lid van het CDA. Het is dus puur professionele waardering.

Ten eerste pleit het CDA voor de afschaffing van de verhuurderheffing. Natuurlijk. “In ruil voor stevige afspraken over de bouwopgave voor corporaties” schrijven ze. Mooi. Daarmee komt het geld dat nu nog via de verhuurderheffing in de schatkist verdwijnt echt beschikbaar voor investeren in betaalbare woningen. En verdwijnt het dus niet in het infrastructuur budget, met het argument om woninglocaties te ontsluiten. Heus, ik verzin dit niet, we hebben het recentelijk met de extra middelen voor woningbouw die minister Ollongren op Prinsjesdag beloofd heeft gewoon zien gebeuren. Die gaan niet naar huizen maar vooral naar asfalt en spoorrails.

Het tweede punt is dat het CDA inzet op betaalbare koopwoningen. Dat is me uit het hart gegrepen. Zeker in onze regio is daaraan een schreeuwend tekort. Uit onderzoek blijkt dat stellen met een middeninkomen die in de huidige woningmarkt in de knel zitten vooral verlangen naar een betaalbare koopwoning. Een middeldure huurwoning is voor hen eigenlijk het slechtere alternatief daarvoor. Dan blijven ze bijvoorbeeld liever in hun sociale huurwoning zitten. Waarom willen ze graag kopen? Tsja, met de huidige rentestand is een koopwoning voordelig, ook nog een beetje geholpen door de hypotheekrenteaftrek. En je bouwt er op termijn vermogen mee op. Sommige woningmarkt watchers vinden dat iedereen eigenlijk zou moeten huren en maken daar een principieel punt van. Maar ons woningmarktsysteem is nu eenmaal al lange tijd ook ingericht op eigen woningbezit en voor de VVD blijft de eigen woning een kroonjuweel. 

Bouwplaats
Er moeten veel nieuwe huizen worden gebouwd om de woningnood op te lossen.


Het CDA presenteert in hun programma een soort eigentijdse vorm van de premie A koopwoning. Kernpunt is een inkomensafhankelijke starterslening voor het startkapitaal dat nodig is. Daardoor krijgen starters en jonge stellen ineens perspectief op een betaalbare eigen woning. Zaanstad experimenteerde al eerder met een dergelijke regeling (zie mijn column Petra en Faroek, van 24 februari 2020). Overigens, om misverstanden te voorkomen, ik vind het bouwen van die betaalbare koopwoningen geen corporatietaak. Juist de markt moet hierop worden uitgedaagd en ook gefaciliteerd. Bijvoorbeeld met betaalbare grondprijzen en ophouden met het stapelen van eisen zodat er betaalbaar gebouwd kan worden.

Het derde punt is het (her)instellen van een minister voor Wonen. Hierbij maakt het CDA de expliciete koppeling dat deze minister ook lokaal plekken kan aanwijzen voor woningbouw, los van de lokale overheden. Kijk, dan kunnen we meters maken. Vanzelfsprekend is de lokale blik van groot belang. Maar in de praktijk blijkt dat het enorm moeilijk is om aan de druk van lokale deelbelangen te ontsnappen en woningen te bouwen op plekken waar de grootste behoefte is. Hou me ten goede, ook ik wil zoveel mogelijk groen in onze regio en het is inderdaad enorm belangrijk voor een goed leefklimaat. Tegelijkertijd is er een enorm tekort aan woningen, in onze regio. De foto’s in het boek van Theo Baart “metropool in ontwikkeling” laten zien dat er best nog plek is in de Metropoolregio. Ik denk dat een frisse blik los van regionale belangen kan bijdragen om de regio uit haar beperkingen te helpen en goede plekken kan opleveren waar woningbouw wel kan.

Kortom: hulde voor het CDA dat zich al vaker de kampioen van het wonen heeft getoond. Laten we niet vergeten dat Eric Ronnes, toenmalig woordvoerder wonen in de Tweede Kamer voor het CDA, het onderzoek opgaven/middelen heeft geïnitieerd. Dat onderzoek laat zien dat met de beschikbare middelen corporaties niet in staat zijn de opgaven waarvoor ze staan op het vlak van nieuwbouw en verduurzaming aan te kunnen.

In het D66 programma staat trouwens nog een pareltje dat niet onvermeld mag blijven. Zij stellen voor dat huurders van een sociale huurwoning die meer dan 2 jaar op rij een inkomen hebben boven het inkomensplafond een marktconforme huur gaan betalen. Dat is een rechtvaardig voorstel en een mooie spiegel van de huurverlaging voor lage inkomens die het kabinet met Prinsjesdag heeft aangekondigd. 

De vorming van een nieuw kabinet is nog ver weg. Maar ik hoop dat wonen in het regeerakkoord een prominente rol gaat innemen met echte oplossingen voor de problemen. Op basis van wat ik lees ben ik hoopvol. Vier jaar geleden schreef ik een conceptje voor het regeerakkoord met wonen als centraal thema. Zal ik het – een beetje geactualiseerd – ter inspiratie voor de dames en heren maar weer insturen?

Karin Laglas
voorzitter directieraad Ymere