Zeven mooie jaren

Door Karin Laglas - oud-voorzitter directieraad

Gepubliceerd op 25 mei 2021

 

Zeven jaar geleden wandelde ik als de nieuwe voorzitter van de directieraad bij Ymere binnen. Het was een rare tijd. De parlementaire enquête woningcorporaties had net plaatsgevonden en de nieuwe Woningwet hing in de lucht.

 

Bij Ymere had net een grote reorganisatie plaatsgevonden om kosten te beheersen en de organisatie slagvaardiger te maken. Er heerste verwarring over hoe verder. De strategie met de prachtige titel “met ziel en zakelijkheid” moest vervangen worden omdat hij niet meer paste bij het nieuwe speelveld van corporaties.

Aan de slag dus. Als directieraad voerden we inspirerende gesprekken met stakeholders, deskundigen, collega corporaties en Ymere-medewerkers. Een belangrijke bijdrage kwam van Marja Elsinga, hoogleraar in Delft en sinds kort ook commissaris van Ymere. Ze hield ons voor hoe de maatschappelijke urgentie voor woningcorporaties door te tijd heen veranderd is. Van krotbestrijding bij de oprichting eind negentiende eeuw tot een belangrijke rol bij de woningnood na de tweede wereldoorlog. Haar advies aan ons was om scherp te maken wat wij zagen als dé maatschappelijke opgave van onze tijd waaraan juist wij een bijdrage moesten leveren.

Een goed advies. En zo ontstond “het rode boekje”; onze strategie Ymere 2016+. Onze actuele maatschappelijke urgentie vonden we in de schaarste aan betaalbare woningen in onze regio. En daarmee het risico dat er een tweedeling in de maatschappij zou ontstaan omdat er voor huishoudens met een bescheiden inkomen geen plek meer zou zijn in de Metropoolregio Amsterdam. Zorgen voor meer woningen voor onze doelgroep dus!

Tot op de dag van vandaag is dit onverminderd actueel. Ik ben er enorm trots op hoe we met elkaar deze urgentie hebben geformuleerd en opgepakt. We spelen een aanjagende rol bij de vernieuwing van het woonruimtetoewijzingssysteem, zodat starters en herstarters meer kans maken. Experimenteerden met woningruil in huisjehuisje – helaas geen blijvertje. We waren initiatiefnemer in het manifest “passend wonen” dat inmiddels in wetgeving verankerd is. We slopen minder en zetten in op slimme woningverbetering. En we liggen goed op koers naar het bijbouwen van 500 sociale huurwoningen per jaar, recentelijk aangevuld met een programma voor flexwonen om de nood van starters en herstarters direct aan te pakken. Naast natuurlijk het elke dag blij maken van huishoudens door een woning aan ze te verhuren, het uitvoeren van reparaties en het beantwoorden van de vele vragen die onze huurders hebben. Stuk voor stuk dingen om enorm trots op te zijn.

In 2014 begon ik als zijinstromer in de volkshuisvesting. Een prachtige maatschappelijke opgave. Werken aan wat voor iedereen echt belangrijk is in ons leven: een fijn huis dat je tot een thuis kan maken. Ook als je een bescheiden inkomen hebt. En daarnaast bouwen aan een goede stad. Immers “onze” huizen vormen ook de straatwanden van de stad waar we allemaal doorheen fietsen. Een flinke verantwoordelijkheid. En iets wat in mijn hele werkende leven centraal heeft gestaan.

Maar ook: poeh, wat een systeemwereld is de volkshuisvesting. Wat maken we het moeilijk met alle regels, alle toezichthouders en politieke invloed. Als “Den Haag” kan ingrijpen in je bedrijfsvoering door plotsklaps een huurbevriezing voor alle sociale huurders – ook voor hen die dat niet nodig hebben - af te kondigen dan is dat nogal wat. Zit “Den Haag” dan niet te veel op de operationele stoel? Mijn antwoord is: ja. En ik ben het dan ook van harte met Aedes voorzitter Martin van Rijn eens: “zo kunnen we niet werken”. En dan heb ik het niet eens over de inmiddels 86 miljoen die we als verhuurderheffing afgelopen jaar aan de staat overmaakten. Bizar.

In zeven jaar heb ik talloze brieven gekregen van hopeloze woningzoekenden waar mijn adem van stokte en soms de tranen van in mijn ogen stonden. Ik heb gezien hoe “het systeem” het woonprobleem van individuen niet kan oplossen. Niet iedereen is op tijd op de wachtlijst gaan staan. Ik kreeg brieven van mensen die ten einde raad zijn. Wel werk, geen woning “hebt u echt niet een woninkje voor me, ik vraag niet veel?”. Pech in het leven en daarmee een woning kwijtgeraakt. Recht door mijn hart ging de vraag van een woningzoekende of hij eerst verslaafd moest raken om dan via urgentie aan een woning te kunnen komen. Nee, dat went niet, die brieven. De onmacht dat je dan geen helpende hand kunt bieden omdat er zoveel woningzoekenden zijn.

Helaas zijn er geen eenvoudige oplossingen. Wel heb ik gezien hoe iedereen binnen Ymere zich met volle overtuiging en energie inzet om zoveel mogelijk woningzoekenden aan een woning te helpen en om onze zittende huurders zo fijn mogelijk te laten wonen.

Ik ben supertrots op wat we allemaal bereikt hebben in al die jaren. Ymere staat er goed voor. Financieel gezond, gefocust op het leveren van de maatschappelijke prestaties die we hebben afgesproken en die nodig zijn. En jaar in jaar uit maken we die ook waar. Met als uiteindelijk doel een stad waarin iedereen zijn plek kan vinden om te zijn wie die wil zijn.

De afgelopen zeven jaar deelde ik via columns mijn verbazing, gedachten en observaties. Daaraan komt met deze column een eind. Met vertrouwen draag ik het stokje over aan mijn collega’s in de directieraad en mijn opvolger Erik Gerritsen. Ik wil iedereen nu heel hartelijk bedanken voor de samenwerking. Ik ga jullie oprecht missen.

Meer over dit onderwerp:

Wilt u op de hoogte blijven?

Ontvang interessante informatie over wonen in de Metropoolregio Amsterdam en over Ymere in uw mailbox.

Ja, ik ontvang graag de nieuwsbrief

Uw privacy is 100% gegarandeerd
U ontvangt ongeveer 4 keer per jaar de nieuwsbrief